Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
01020304
Aangenomen door de Tweede Kamer; nu in behandeling bij de Eerste Kamer.
Laatst actief 16 jun 2026
Volg dit wetsvoorstelOntvang een e-mail zodra het voorstel beweegt: een nieuwe fase, een nieuw document of een definitieve uitkomst.
Wat dit wetsvoorstel doet
In gewone taal: wat het verandert en wie het raakt.
Dit wetsvoorstel stelt de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten van het Mobiliteitsfonds voor 2026 vast.
Wie het raakt
Het raakt partijen bij rijkswegen, spoor, vaarwegen, regionale infrastructuur en grote mobiliteitsprojecten. Voor practitioners is vooral de budgetautorisatie per fondsartikel relevant.
Kern van het voorstel
- Autoriseert € 13,057 miljard aan verplichtingen en € 10,469 miljard aan uitgaven.
- Raamt € 482,208 miljoen aan ontvangsten voor het Mobiliteitsfonds.
- Verdeelt budgetten over hoofdwegennet, spoorwegen, hoofdvaarwegen, regionale infrastructuur en megaprojecten.
- Laat artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk zonder budget; het fonds wordt direct gefinancierd.
Belangrijkste bepalingen
- Inwerkingtreding
- De wet treedt in werking op 1 januari 2026, of later met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.
Laatste update
16 jun 2026De meest recente ontwikkeling in de voortgang van dit wetsvoorstel.
Behandeling Eerste Kamer → Behandeling Eerste Kamer
Behandeling Eerste Kamer → Behandeling Eerste Kamer
Documenten
5 recentBronnenTweede Kamer