Wijziging van de Wet op het kindgebonden budget en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het verhogen van het afbouwpercentage voor ouders met een toetsingsinkomen vanaf € 57.950
01020304
In behandeling bij de Tweede Kamer.
Laatst actief 02 jun 2026
Volg dit wetsvoorstelOntvang een e-mail zodra het voorstel beweegt: een nieuwe fase, een nieuw document of een definitieve uitkomst.
Wat dit wetsvoorstel doet
In gewone taal: wat het verandert en wie het raakt.
Dit wetsvoorstel bouwt het kindgebonden budget sneller af voor ouders met hogere inkomens.
Wie het raakt
Ouders met een toetsingsinkomen boven € 60.000 krijgen minder of geen kindgebonden budget. Praktijkjuristen moeten ook letten op de aangepaste berekening van de beslagvrije voet.
Kern van het voorstel
- Introduceert een tweede afbouwpunt vanaf € 60.000 toetsingsinkomen, geïndexeerd vanaf prijspeil 2024.
- Verhoogt de afbouw boven dat punt met 4,30 procentpunt.
- Laat het kindbedrag per kind gelijk en past artikel 2 redactioneel aan.
- Verwerkt de extra afbouw in artikel 475da Rv voor de beslagvrije voet.
Belangrijkste bepalingen
- Inwerkingtreding
- De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
- Overgangsrecht
- Er is geen overgangsrecht; de wijziging geldt bij inwerkingtreding voor bestaande ontvangers en nieuwe instroom.
Gewijzigde artikelen · 4 in 2 wetten
- Wet op het kindgebonden budget
- art. 2: Wijzigt bedrag kindgebonden budget en verwijzing in twaalfde lid.
- art. 2a: Voegt extra afbouwpercentage voor hogere inkomens toe.
- art. 3: Past indexeringsverwijzingen aan voor artikel 2a en artikel 2 lid 2.
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
- art. 475da lid 2: Past formules beslagvrije voet aan voor extra afbouwpunt en percentage.
Laatste update
03 jun 2026De meest recente ontwikkeling in de voortgang van dit wetsvoorstel.
Behandeling Tweede Kamer → Behandeling Tweede Kamer
Behandeling Tweede Kamer → Behandeling Tweede Kamer
Documenten
5 recentBronnenTweede Kamer